Zoeken
Translate this page

Overdrachtsprotocollen

Aansluitend op de beschrijvingen van de diverse fysieke aansluitingen volgt hieronder een uitleg van de protocollen die gebruikt worden voor de overdracht van gegevens.

Garmin protocol

De oude toestellen met een seriële aansluiting gebruiken vrijwel allemaal het Garmin protocol, een binair formaat voor gegevensuitwisseling. Alleen de GPS 100 en de eerste serie van de GPS 50 gebruiken het niet (de GPS 100 heeft wel een afwijkend, mij onbekend formaat voor het downloaden van gegevens).
Het Garmin protocol wordt gebruikt voor het uitwisselen van gegevens tussen toestel en computer, en het toestel geeft ook continu de huidige locatie door aan de computer zodat met een programma als Garmin nRoute genavigeerd kan worden op het grote computerscherm.
Bij een aantal modellen kan ook onderling gegevens uitgewisseld worden met een speciale kabel, dit betreft o.a. de GPS 12, 45 en afgeleiden en de II en afgeleiden. Het ene toestel zet je in de "host"-modus en op het andere geef je aan welke gegevens je wilt verzenden of ontvangen.

NMEA

Naast het Garmin protocol ondersteunen ze allemaal ook het NMEA-0183 protocol en in sommige gevallen oudere NMEA-versies. NMEA wordt gebruikt voor het communiceren met andere apparatuur aan boord van schepen. Bij NMEA wordt continu de positie doorgeven, daarnaast ook informatie over de satellietgegevens en (indien gewenst) waypoints, routes e.d.

RTCM

Een ander, veel ondersteund protocol is RTCM of Garmin DGPS. DPGS is een systeem met referentiestations waarvan de positie bekend is en die correctiesignalen uitzenden. Om die te kunnen gebruiken heb je een speciale ontvanger nodig. Die communiceert (bedraad) met en wordt ingesteld door het GPS-toestel. Afhankelijk van de DGPS-ontvanger gebruik je daarvoor het protocol "Garmin DGPS" of het generieke RTCM.

TEXT

Bij de keuze TEXT geeft het toestel via de seriële aansluiting de tijd, positie en snelheid door via eenvoudige ASCII.

USB massa-opslag (en MTP)

Bij de introductie van toestellen met een USB-aansluiting gebruikten ze in eerste instantie alleen het Garmin protocol, maar later zijn ze overgegaan naar het USB massa-opslagprotocol. Bij dat laatste protocol wordt het toestel zichtbaar als een externe schijf. Gegevens worden uitgewisseld door bestanden te plaatsen of aan te passen; na het ontkoppelen en opnieuw opstarten leest het toestel de nieuwe gegevens in.
Door deze werkwijze kan het toestel niet gebruikt worden tijdens de overdracht, wat bij het Garmin protocol wel mogelijk was. Het grote voordeel is echter dat je heel makkelijk zelf bestanden erop kan zetten (en het nadeel dat je ook heel gemakkelijk essentiële bestanden kunt wissen).
Bij de meest recente toestellen is overgestapt naar MTP (Media Transfer Protocol). De uitwisseling van bestanden gaat hetzelfde, alleen is het toestel met MTP beschermd tegen schadelijke praktijken en tegen gegevensverlies door te snel ontkoppelen (voor Mac-gebruikers heeft MTP echter wel nadelen).

Meerdere aansluitingen

Een aantal toestellen zoals de GPSMAP 60 heeft zowel een USB- als een seriële aansluiting. Via de laatste aansluiting zijn de meeste mogelijkheden beschikbaar, bij USB alleen het Garmin protocol en in de gevallen dat het toestel een SD-kaart bevat het USB massa-opslagprotocol. In dat laatste geval heb je alleen toegang tot de SD-kaart, niet tot de data op het toestel zelf. Als beide aansluitingen gebruikt worden heeft USB altijd voorrang (de voeding gaat overigens wel via de seriële aansluiting).

eTrex

De eTrexen van o.a. de Legend- en Vista-serie met USB-aansluiting ondersteunen alleen het Garmin-protocol, en als er een SD-kaart in zit ook het USB massa-opslagprotocol. Ook hier kun je bij massa-opslag alleen bij de SD-kaart.
Latere eTrexen van o.a. de 20/30 serie en de Touch-modellen ondersteunen dezelfde protocollen, maar daar is het hoofdprotocol juist USB massa-opslag; voor zowel het toestel als de SD-kaart. Via het Garmin protocol is de overdracht beperkt tot de actieve tracklog (en de huidige positie voor bijv. nRoute), wel kun je het toestel blijven gebruiken. In de meeste gevallen zul je het andere protocol gebruiken. Als het toestel op het Garmin protocol staat krijg je bij het aansluiten op USB de vraag of je wilt overstappen naar het massa-opslagprotocol of niet.

Horloges

Voor de Garmin fēnix geldt hetzelfde als voor de eTrex 20/30. Bij een aantal andere horloges heb je ook de keuze tussen Garmin protocol of USB massa-opslag dan wel MTP, maar bij deze toestellen is de functionaliteit niet duidelijk. Er zijn geen programma's die iets nuttigs kunnen doen met de data via het Garmin protocol; wel zal BaseCamp het horloge herkennen.

Colorado / Oregon / Montana / GPSMAP

De Colorado's, Montana's, Oregons (m.u.v. de 200) en GPSMAP 62 en nieuwer hebben een bijzondere interface: met behulp van een speciale kabel kan er serieel gecommuniceerd worden via de USB-aansluiting. Deze toestellen bieden dus ook de diverse seriële protocollen zoals NMEA, RTCM, TEXT en het eigen Garmin protocol.
Met een gewone USB-kabel zal het toestel automatisch overschakelen naar het USB massa-opslagprotocol (of indien van toepassing MTP).
Er is echter nog een speciale stand: Garmin Spanner. Als het toestel hierop staat krijg je bij het aansluiten de vraag of je naar massa-opslag (of MTP) wilt overschakelen. Doe je dit niet, dan wordt het Garmin protocol gebruikt; het toestel blijft bedienbaar. Hierbij gelden dezelfde beperkingen als bij de eTrex: de huidige positie wordt continu doorgegeven voor bijv. nRoute en je kunt met MapSource of BaseCamp alleen de actieve tracklog ophalen.

Spanner

Er is een reden waarom deze instelling niet hetzelfde heet als op de eTrex. Op je toestel krijg je bij het kiezen van deze instelling (m.u.v. de Colorado) de mogelijkheid heeft om een aantal parameters in te stellen die horen bij het NMEA-protocol. Dit lijkt vreemd, omdat het toestel in de "Spanner" instelling het Garmin protocol gebruikt en niet NMEA.
De reden voor de andere naam is een applicatie van Garmin genaamd Spanner (Engels voor steek- of ringsleutel).
(Volgens de omschrijving is deze alleen bedoeld voor de GPS 18 maar dat is niet juist; ook de toestellen met een spanner-instelling kunnen deze benutten.)
De Spanner applicatie zet positiegevens om naar het NMEA-formaat en maakt daar een virtuele COM-poort voor aan op de computer, zodat programma's die NMEA benutten daarmee kunnen omgaan. De applicatie zelf heeft geen instellingsmogelijkheden, dat doe je dus juist op het toestel.
De spanner-modus zit ook op de Foretrex 301, maar die mist de extra mogelijkheden van de bovengenoemde toestellen.
Het is echter jammer dat Spanner alleen werkt op Windows XP, het is dus eigenlijk wel gek dat die optie nog steeds zit op de in 2020 geïntroduceerde GPSMAP 65...

Draadloos

Gegevens kunnen ook draadloos worden overgebracht. Vroeger werd daar ANT+ voor gebruikt, tussen toestellen of tussen toestel en computer met een USB ANT+ stick.
Tegenwoordig worden gegevens ook via Bluetooth of Wifi overgezet. ANT+ is nog redelijk gedocumenteerd, maar over de methodes via Bluetooth of Wifi is niet echt iets over bekend. Ook maakt het gebruik van de diensten op de Garmin servers, dus internettoegang en de werkende Garmin-servers zijn altijd noodzakelijk.

Laatste wijziging: 06-01-2024
Copyright © 2008-2024 JaVaWa | voorwaarden | contact